Bestedeling0000.0011

 

 Literatuur

 

 1991

- Tintelen, Cor van, Op zoek naar mijn ware moeder. Het verhaal van een Utrechts pleegkind uit de Zeven Steegjes. Bunnik (Henk Reinders), 1991 [98 blz. ISBN 90.72507.06.1] (Autobiografische sleutelroman. De auteur woonde als kind in Lange Rozendaal 28; het verhaal speelt tegen de achtergrond van het leven van de bewoners van De Zeven Steegjes.)
Samenvatting door Ada van Deijk (02-2026). Tevens wordt het leven van Van Tintelen in verband gebracht met de geschiedenis van het uitbesteden van de verzorging van kinderen als 'bestedeling'
In dit boekje kijkt de auteur, Cor van Tintelen, terug op zijn leven als pleegkind. In feite is hij een bestedeling, zoals dat in het boek ‘De bestedeling’ van Menno Lanting wordt omschreven. Op p. 42 schrijft Van Tintelen dat in het archief van de voogdijraad van het arrondissement Utrecht het volgende over hem vermeld staat: ‘… ter verzorging uitbesteed aan Riek en Jan Versteeg sinds april 1914’. Hieruit blijkt dat hij een zgn. bestedeling is. Ook zijn pleegvader, Jan Versteeg door hem genoemd – maar die in feite anders heet – is een bestedeling: deze is namelijk opgegroeid in het Gereformeerde weeshuis in Leiden (p. 14). Van Tintelens autobiografie laat goed zien wat voor ‘schade’ zijn leven en dat van zijn ware, biologische moeder heeft opgelopen. Het laat zien hoe hard er geoordeeld werd over ongehuwde moeders en hoe zij door hun familie verstoten werden.
Van Tintelen begint zijn verhaal met de ontdekking van een aantal brieven en kaarten, die zijn echte moeder aan zijn pleegmoeder had geschreven. Hij is dan een jaar of veertien. Vervolgens heeft hij maar één doel: zijn biologische moeder leren kennen. Hij weet dat ze uit Driebergen komt en gaat daar vanuit Utrecht met een huurfiets naartoe. Algauw wordt hem duidelijk dat door de familie van zijn moeder niet graag over haar gesproken wordt. Het neemt zijn onbevangenheid weg en hij wordt voorzichtiger. Een tante en een oom vormen een uitzondering en zij beloven hem te achterhalen waar zijn moeder nu woont. Inderdaad krijgt hij enkele maanden later van deze oom te horen dat zijn moeder in Amsterdam woont, getrouwd is en kinderen heeft. Kees, zoals Van Tintelen zichzelf noemt, vertrekt niet lang daarna naar Amsterdam. In eerste instantie ontmoet hij op het adres waar zijn moeder woont, alleen een goede vriendin van haar. Die vangt hem op en blijkt op de hoogte te zijn van het verleden van zijn moeder. Toch brengt ze hem niet in contact met zijn moeder. Daarom doet Kees een nieuwe poging en treft ditmaal wel zijn moeder in haar woning aan. Ze vertelt hem over de gebeurtenissen in haar jeugd, hoe ze onbedoeld zwanger werd en dat zijn vader, net als zij minderjarig, niet met haar mocht trouwen. Het speelde zich af in de jaren 1913-‘14 en vervolgens wordt Kees’ biologische vader voor militaire dienst opgeroepen. Helaas wordt zijn vader ziek en overlijdt na enkele maanden in het leger. Dora, zo noemt Kees zijn moeder, blijft alleen achter en bevalt in het Academisch Ziekenhuis in Utrecht van een jongetje, Kees dus. Hij wordt vrijwel onmiddellijk door de baker, Riek Versteeg, en haar man opgenomen. Dora vermoedt dat Riek dat uit medelijden deed. In dit gezin, Riek en haar man hadden kinderen, groeit Kees op. Ze wonen in een berucht Utrechts volksbuurtje, de Zeven Steegjes. Het hele verhaal, geschreven door Kees, illustreert de problemen van armoede, crisistijd, werkloosheid en vooral de schrijnende situatie van hem als kind van een ongehuwde moeder en van zijn moeder zelf. Toch blijft Kees zichzelf en is hij vastbesloten zich aan zijn lot te ontworstelen. Daarin slaagt hij zeker, mede dankzij zijn optimistische aard. Het boek eindigt met de acceptatie door de man die met zijn moeder getrouwd is. Deze man was niet op de hoogte van het bestaan van Kees. Daardoor vreesde zowel zijn moeder als Kees dat zij opnieuw zou worden afgewezen. Die vrees blijkt onterecht. En ook Kees hoort van hem dat hij welkom is.

 2025

- Lanting, Menno, De bestedeling. z.pl. (s2uitgevers), 2025 1e & 2e druk [216 blz. ISBN 9789493282636]
Onvoldoende is bekend dat wezen in het verleden niet zomaar in een weeshuis opgenomen werden. Van degenen die wel opgenomen werden, mocht een overgrote meerderheid daar niet blijven tot hun zelfstandigheid. Om kosten te sparen werden ze 'uitbesteed' aan mensen die hun verzorging wel wilden overnemen tegen een kleine vergoeding door het weeshuis. Dit lijkt een nobele oplossing, maar meestal werd die verzorging overgenomen door mensen die hen als goedkope arbeidskrachten zagen. Het weeshuis besteedde hen uit aan diegenen die het voor de minste vergoeding wilden doen. In veel gevallen betekende dat onvoldoende eten en verzorging en geen enkele vrijheid. De bestedeling die boerenknecht werd moest soms in de stal op de grond slapen. Ook andere vormen van misbruik kwamen voor, zeker bij meisjes. Sommigen zonden kinderen de stad in om te bedelen. In de loop der tijden leidde de uitbesteding van de kinderen die het weeshuis kwijt wilde tot 'veilingen' die leken op een veemarkt of een slavenmarkt. Gegadigden keurden het aangebodene: ze bekeken en betastten hen, waarna de veiling begon. Kinderen uit één gezin konden zo gescheiden worden en zagen ze elkaar vaak nooit meer terug.
Het systeem van uitbesteding kwam ook bij andere instituten voor, zoals een oudemannen- en vrouwenhuis dat van een oude, invalide zieke vrouw af wilde, of een 'dolhuis' dat krankzinnigen uitbesteedde.
Er zijn ook veel goede voorbeelden, waarbij een jongen uitbesteed werd aan een timmerman, daar het vak leerde en zelfstandig timmerman werd.
Het boek bespreekt deze ontwikkelingen in hun historische context. Achterin staat een uitgebreide bronnenlijst (18 blz.)